Highlights
Vegetarische voeding voor hond en kat. Kan dat?

Bron: o.a. Vegetarian Diets, Majorie L. Chandler, Clinician’s Brief, January 2015, page 61-63


Inleiding
Huisdiereigenaren die om welke reden dan ook zelf vegetarisch eten kiezen er soms voor  om ook hun hond of kat vegetarische voeding te geven. Maar kan dat wel?
 

De omnivore (allesetende) hond kan essentiële voedingsstoffen – voor een goede gezondheid strikt noodzakelijke bestanddelen van de voeding – zowel uit een gevarieerde voeding van dierlijke als van plantaardige oorsprong halen. De obligaat (verplicht) carnivore (vleesetende) kat kan niet zonder voedingsstoffen van dierlijke oorsprong.
 

Het antwoord op de vraag of hond en kat uitsluitend op vegetarische voeding (gezond) zouden kunnen leven zou dus simpel kunnen luiden:  de hond wel, maar de kat niet. In werkelijkheid ligt het iets genuanceerder.
 

In het algemeen zal niet goed uitgebalanceerde voeding (uiteindelijk) leiden tot gezondheidsproblemen; dat geldt zowel voor voeding van dierlijke producten, plantaardige producten als voor een combi daarvan.


Ervaring
Vanuit onze praktijkervaring ‘weten’ we weliswaar dat honden het best wel goed kunnen doen op vegetarische voeding. In ieder geval voor de korte termijn; over de gevolgen voor de lange termijn is nog weinig bekend. Eventuele stereotype verschijnselen als gevolg van tekorten aan of scheve verhoudingen tussen bepaalde voedingsstoffen kunnen we meestal wel tijdig herkennen en repareren. Maar herkennen we ook de mogelijke gevolgen van langdurig verkeerde voeding die (nog) niet zo duidelijk in verband gebracht kunnen worden met inadequate voeding? Denk maar eens aan een huidklacht zonder die typische deficiëntie kenmerken, aan onbegrepen overgewicht of juist vermagering, aan chronische maagdarmstoornissen, aan epilepsie, aan urineweggruis (of –stenen) etc. De vegetarisch gevoerde binnen-buiten-kat zal tekorten vrijwel zeker aanvullen tijdens zijn ‘strooptochten’; over de vegetarisch gevoerde binnenkat moeten we ons voor de langere termijn veel meer zorgen maken.


Eiwitten
We onderscheiden bij vegetarische voeding:  (1) geen vlees, maar wel eieren en/of melk(producten), (2) geen vlees, maar ook geen producten van dierlijke oorsprong, dus ook geen eieren, melk(producten), honing en voedingssupplementen van dierlijke oorsprong (bijv. vitamine D3). De laatstgenoemde vorm van vegetarisme noemen we veganisme.

Bij eiwitten is van belang dat het in voldoende mate in de voeding aanwezig is en dat de kwaliteit goed is. We spreken van een goede kwaliteit eiwit als  de verhoudingen (ratio) tussen de essentiële aminozuren goed is. Het staat vast dat vlees (rund, kip etc.) en vis superieur zijn ten opzichte van plantaardige producten voor wat betreft eiwit hoeveelheid en kwaliteit,  zowel voor de kat als de hond!
 

Voor de ‘basic’ vegetarische voeding – geen vlees, maar wel eieren en melk(producten) – worden de volgende eiwitbronnen toegepast: eieren, melk en melkproducten (bijv. Hüttenkäse, kwark), soja, mycoproteïnen (eiwitten uit o.a. schimmels en gisten), peulvruchten en andere bonen.
 

De biologische beschikbaarheid en de kwaliteit van eiwitten in eieren en melk(producten) zijn goed; voor de kat is daarin echter een tekort aan het essentiële aminozuur taurine.

De essentiële aminozuren arginine, cysteïne, lysine, methionine en taurine zijn niet of minimaal aanwezig in plantaardige voeding; bovendien neemt de biologische beschikbaarheid daarvan af als er sprake is van verhitting tijdens fabricage.


Complete voeding
Voor een complete voeding – een voeding die niet leidt tot gezondheidsproblemen – is meer nodig dan alleen voldoende eiwitten van goede kwaliteit. Voor een goede gezondheid zijn bijv. ook essentiële vetzuren nodig, zoals arachidonzuur; een kat is bijv. niet in staat om voldoende arachidonzuur te halen uit uitsluitend plantaardige voeding.
 

Voor een complete voeding zijn ook mineralen, sporenelementen  en vitaminen nodig, in de juiste hoeveelheden en verhoudingen; ook daarin kan plantaardige voeding tekort schieten.
 

Behalve dat de juiste nutriënten in de juiste hoeveelheden en verhoudingen in de voeding worden verwerkt, is het ook van belang dat de nutriënten worden verteerd, via de darmwand in het lichaam worden opgenomen en op de plaats van bestemming komen om hun werk te doen. Met andere woorden, de biologische beschikbaarheid moet goed zijn.
 

Behalve tekorten is de verteerbaarheid van de ingrediënten van vegetarische voeding  vaak minder goed. Bovendien kunnen hoge gehaltes aan vezels en phytaat de opname via de darm van essentiële stoffen belemmeren, waardoor er extra kans is op deficiënties.
 

In de praktijk komt het erop neer dat voor een vegetarische voeding zowel voor de hond en (in ieder geval) voor  de kat (synthetische) toevoegingen  noodzakelijk zijn om de voeding compleet te maken.
 

Hieruit kan worden geconcludeerd, dat voor een complete vegetarische voeding het verstandig is deze af te nemen van een betrouwbare fabrikant, die voedingsspecialisten  in dienst heeft en gebruik maakt van wetenschappelijk onderzoek (i.h.b. ‘veldproeven’).
 

Als toch gekozen wordt voor een home-made vegetarische voeding, dan is het dringende advies dat de bestanddelen van betrouwbare bronnen afkomstig zijn en dat het recept goed doorgerekend is door een voedingsspecialist.


Inadequate voeding
Hiervoor is al een aantal (mogelijk) nadelige gevolgen van inadequate (vegetarische) voeding besproken (zie onder: ‘Ervaring). Enkele specifieke voorbeelden (zie literatuur bron):

  • Zink deficiëntie. Huidproblemen (rond bek, ogen en voeten). Zink wordt gebonden aan phytaat, waardoor absorptie in de darm wordt belemmerd.
  • Veel vezel. Matige vachtconditie. Veel vezel belemmert de absorptie in de darm van essentiële vetzuren. 
  • Arachidonzuur deficiëntie (kat). Voortplantings- en huidproblemen.
  • Taurine deficiëntie (kat). Cardiomyopathie (hartspierlijden), retina (netvlies) degeneratie.


Conclusie
Vegetarische voeding bij een hond is onder de voorwaarden zoals hiervoor beschreven goed mogelijk; de voorkeur gaat dan wel uit naar ‘basic’ vegetarische voeding: geen vlees, maar wel eieren en melk(producten).

Bij de kat is vegetarische voeding af te raden. Als men niettemin er toch voor kiest om een (binnen)kat vegetarische voeding te geven moet er onder de voorwaarden zoals hiervoor beschreven gekozen worden voor ‘basic’vegetarische voeding.

Veganistische voeding is zowel voor hond als kat af te raden.

“…The greatness of a nation can be judged by the way its animals are treated” (Mahatma Gandhi). Wij kunnen best wel keuzes maken binnen de realiteit van ‘eat or be eaten’, maar niet straffeloos de evolutie forceren.